XIII
Gaan we op zoek in onszelf naar eenheid?
Op de biljart van ’t leven lig ik gesnookerd
voorlopig, maar ik ben een geoefend
man. Ik speel mijn creativiteit
uit, speel open kaart. Ik speelde je kwijt
maar wij hebben ook gehoelahoepeld,
niet alleen op elkaar gefoeterd.
Ik dans op mijn best, op mijn slechtst, in mijn lijf.
De tijd dringt niet. De tijd dringt alleen maar aan
opdat je danst, op je best, op je slechtst, naar
de rand, waar de kans, waarop je wacht luid
weerklinkt. Dus kruip uit je reddingssloep, we gaan
een feestje tegemoet vol van gevaar
in ons hart. Wat we willen sturen we uit.