X
Kben nooit alleen. Verscheurd in eenzaamheid
voelt één dag als twee keer honderd jaar.
Een vuistdik boek lezen valt me te zwaar.
Niet half zo magisch, realisme-zin kwijt,
verwar ik avondeten en ontbijt.
Ik woon vlak onder de zolderkap, maar
leef onder honderd flatgebouwen, waar
enkel het dak me van de hemel scheidt.
Ik leef (…) als een toestel in stand-by
of een broodrooster die alles zwart blakert.
Onbezield, gedoofd, niet aan, niet echt uit.
Geen plek, als de wortels van een bonsai.
Geen enkele pil is zaligmakend.
In de spiegel, loert de weg vooruit.