VIII
De liefde kent een boemerangeffect
dat zelfs de doden doet herrijzen
uit de diepten van onze zee. We reiken
naar het verleden, doen keer op keer ons best,
elke bittere breuk weer blootgelegd.
Onze wonden aangevreten. We bezwijken.
We wachten tot we opnieuw kapseizen,
tot ze ons afkluiven tot op het skelet.
Ik ben Frankenstein. Ik ben het monster.
Was ik maar Mary Shelley. María
klim naar boven via het ankertouw
Onbevlekt ontvang ik jouw, ontbolster
jouw gebreken en de mijne ook ja.
Zwevend in ‘t ongewisse tussen mij en jou.