VI
De naakte waarheid is dat ik van je hou
ondanks mijn gebreken. In principe
viel je op mij maar was ik niet jouw type.
Eerst gesloten dan weer te open. Ciao
bella, kijk me aan en kleed me uit met jouw
blik. Ik ben een man geen stereotype.
Maar ook ingebeelde hokjes herschiepen
onze realiteit. Da’s niet wat ik wou.
Ik vecht tegen vervallen in clichés
en vervel nog liever tot extremen:
een één-mans-rariteitenkabinet.
Ik kan me wurmen in een catchphrase
of me geleidelijk aan blootgeven.
Dit sonnet is slechts een openingszet.