IV
Jouw dans een laatste onderwaterballet
als ode aan een liefde die lijdt.
Onze vader, die in de hemelen zijt
of misschien ook niet, aanhoor mijn gebed.
Ik was haar dood en zij heeft me gered.
Gaat de zonde van de moord die ik belijd
voorbij met het verstrijken van de tijd?
Het boetekleed is mijn wurgend korset.
María, vol van genade, wees gegroet.
Lieve María, macht weegt meer dan liefde.
Vederlicht, hoeveel ik van je hou.
Het beeld komt nog nachtelijks op bezoek
van je kreten die de golven doorkliefden.
Ik zoek genezing en vind slechts berouw.