Sonnettenkrans III

III

Ik herdenk je in elk vloekend gebed.

Elke fuck welgemeend, elke godver

goudeerlijk uitgedeeld, harder en barokker

in elk sonnet met jou als behekst sujet.

Jij was mijn alles-in-één-pakket.

Ik voelde me verloren zonder

mijn wonderwoman, mijn Red Bull maar gezonder.

Jij was mijn vleugels en ik jouw korset.

Plots ging je ten onder aan mijn liefde.

In je keelgat verdronk een afscheidswoord.

Te veel zee te zilt voor jouw smaakpalet.

Golven en handen deden wat hen beliefde.

Mijn grieven stierven, je lippen gesmoord.

Jouw dans een laatste onderwaterballet.