Boodschappenlijstje

Lees me iets voor, zei ze, om het even wat. Het mag zelfs een vergeten boodschappenlijstje zijn.

Zo een gretig publiek was me vreemd. Ze kruiste haar benen onder zich in de sofa en keek me afwachtend aan. Ik scharrelde door m’n digitale archiefmap, die uitpuilde van de teksten die – naar ik dacht – nooit een publiek zouden bereiken. Er zat een verhalend gedicht tussen dat als titel “Boodschappenlijstje” droeg. Over toevalligheden heb ik al geschreven. Dit was gewoon hoe het was. De tekst was een jaar oud. Ik had toen net een kortverhalenbundel van Maartje Wortel gelezen en had gedacht: als Maartje verhalende poëzie zou schrijven, hoe zou dat dan klinken? Ik schreef mijn pastiche niet als eerbetoon maar als frivole oefening.

Hmmm, neuriede ik m’n stem warm, en ik las voor.

Hij herkende haar handschrift niet meer.

Hij herkende de neergekrabbelde woorden niet meer als haar handschrift.

Vlak voor de sinaasappels in Papillon-wikkel

hield hij halt en dacht: ze had haast.

Haar schrift zo slordig, zo lelijk.

Het paste niet bij haar.

Maar zijn vriendin was nooit gehaast

Ook al denkt hij niet in extremen van altijd of nooit.

Altijd is een regenboog die nooit het land raakt

En nooit is een muur, waar je vroeg of laat wel tegenaan loopt

ook al beweer je ten allen tijde het tegendeel.

Naast extremen vindt hij beloftes even gevaarlijk.

Doet hij niet aan mee. Af en toe een kleintje. Om tijd te kopen.

De bleke lichten boven het fruit trilden in zijn blikveld.

Hij werd haar handschrift in gezogen,

haar letters maakten hem misselijk.

Hij slikte iets weg zonder te weten wat het was.

Hij verwachtte krullen waar zij

met scherpe lijnen dwarse diagonalen trok.

Eén i was zo slordig gepunt dat het bolletje ver boven de letters

in een taalloos universum zweefde,

daar zouden ze elkaar nooit begrijpen.

Elk item op het lijstje had een dwingende hoofdletter aan de kop van het woord.

Ze commandeerde hem.

Aubergine.

Hoofdletter A. Het leek op een plaatsnaam uit een kinderboek.

Waar enkel kinderen woonden, die rondreden op dravende aubergines

met stokjes als poten.

Geloofde hij in de charlatanerie van de grafologie 

dan had hij moeten concluderen dat zijn vriendin

een wildvreemde was voor hem.

Ze ging haar vijfde decennium in.

Dat vond ze nog erger klinken dan veertig worden

dus maakte hij de grap meermaals

onwetend over welke omwenteling op til was.

Volgens de volksmond is dat sneller dan elke tien jaar, toch?

Het zijn zeven vette en zeven magere jaren.

Zeven jaar ongeluk na een spiegel breken.

De fameuze seven-year itch.

Zeven jaar in Tibet.

Handig wel voor wat structuur als je een overzicht van je leven wilde geven,

aan een nieuwe vriend bijvoorbeeld

of aan een kind. Geen eigen kind, dat in geen geval, een neefje of zo.

Wijn met hoofdletter.

Ze waren niet het soort koppel dat wijn dronk op een doordeweekse dag.

Volgens het boodschappenlijstje wel. 

Het leek hem geen goed idee om de fles wijn te kopen.

Misschien kwam er bezoek.

Dan was er een reden om buitenshuis te gaan drinken,

en kon hij thuisblijven. Nadenken.

Beter om thuis na te denken dan in de supermarkt.

Hun thuis was niet meer dan een probeersel.

Als zij belde met haar familie aan de andere kant van de oceaan

hoorde hij in haar stem de warmte van een echte thuis.

Het was niet eerlijk van hem

dat hij haar in een probeersel van een thuis had gelokt. 

Berenjena.

Het woord schoot zomaar door zijn hoofd. Aubergine in haar taal.

Op grootmoeders wijze. Een familierecept dat ze klaarmaakte

als ze in een nostalgische bui was, of ergens mee zat.

Achter haar handschrift school een oorlogsverklaring of een vredesverdrag.

Achter het laatste item op het lijstje een percentage tussen haakjes.

Hij vond alles lekker wat in een flitsende, kleurrijke wikkel zat

maar zij gaf tot op de procent het gewenste cacaogehalte aan

van wat zij lekker vond.

Geluk kon je vaag houden, of net heel precies bepalen.

Hij ledigde het mandje op de transportband

als een oermens na een geslaagde mammoetjacht

De kassierster bediende de band met een pedaal

Een gaspedaal naar nergens

Hij maakte vroem-vroem geluidjes in zijn hoofd en grijnsde.

De kassierster glimlachte terug.

Ze zag er wereldwijs uit, als een frontverpleegster die alle onheil al had gezien.

Leveren jullie ook aan huis, vroeg hij.

Natuurlijk, zei ze.

Hij krabbelde het adres op de achterkant van het boodschappenlijstje.

Zo werkt het normaal niet, lachte ze.

Maar ze was iemand die liever mensen dan bazen tevreden stelde.

Ze ging zijn boodschappen meegeven met de avonddienst.

Hij kon nog niet naar huis, moest eerst op zoek naar zijn Aubergine.