Brokstukken en lijm

Ik schreef het whiteboard vol. Acht hexameters pasten op het bord. Toen nam ik een foto. Veegde alles uit en ging verder. De flow van het gedicht zat goed, als behekst schreef ik de volgende verzen, wiegde een beetje heen en weer, betoverd door het ritme dat in elk vers de maat dicteerde. Ik repeteerde luidop, veegde alles weer wit, veerde van extase op en neer, en schreef de volgende acht verzen neer.

Enkel het slot ontbrak, maar ik dacht, ik zet het alvast even op de laptop.

Wat zet ik op de laptop? Plots daagde het me. De eerste keer uitgezonderd, was ik foto’s vergeten te nemen van de verzen. Die kakelverse creaties veegde ik gewoon vrolijk uit met maar één doel voor ogen: ruimte voor meer verzen.  Tijdens het schrijven jubelde ik van plezier over mijn meesterwerk in wording, plots veranderde ik in een wel heel droef, zichzelf vervloekend, armetierig beestje. Ik had het begin en ik had een onaf einde. Het midden – waar het echte goud zat natuurlijk – was ik kwijt.

Kon ik het terughalen? Als ik een tikkeltje minder furieus was geweest misschien wel. Het was een gedicht voor M, omdat zij me had geïnspireerd. Ik bracht haar op de hoogte.

‘Zo tragisch dat het grappig wordt,’ schreef ze. ‘Je brengt de burn-this-after-reading tekst naar de next level met je burn this after writing.’

Plots vond ik het hilarisch. Ik zag mezelf bevlogen bezig, een chef die een succulent gerecht bereidt, niet de kleinste mespunt proeft of laat proeven maar het bord vrolijk in de vuilbak kwakt.

‘Het werk dat verloren is gegaan, is het allerbeste natuurlijk,’ schreef M de volgende dag. Ze had ooit analoge foto’s gemaakt van een groep militairen in de Poolse bergen. Na thuiskomst was de Hema de negatieven kwijtgeraakt. Het zijn volgens haar de allerbeste foto’s die ze ooit heeft gemaakt.

‘Laat je me de brokstukken die het wel hebben gehaald lezen?’ vroeg ze. ‘Misschien kan ik ze lijmen met eigen woorden.’

Ik heb het taalpuin in een container naar haar adres gestuurd. Ze heeft carte blanche, mag ermee doen wat ze wil. Bevragen, bepotelen, bekogelen, bezweren, bezeren, bezetten en bevoelen.

En dan, ja, wie weet wat gebeurt er dan? Een meesterwerk bouw je nooit alleen.