Ik stel mezelf de grote vragen die een heel leven behelzen
op een ordinaire woensdag. Wat ga ik morgen eten?
Fietst er achteloos tussen. Deze vraag
metamorfoseert tot de gewichtigste van allemaal
omdat ik ze achteloos aan mezelf kan stellen
terwijl het voor anderen een rauwe smeekbede is,
door god noch vaderland gehoord.
Ik kijk uit het raam van de stilstaande trein.
Gisteren bracht hij me nog gewoon van A naar Z.
Ik wou dat ik je tegemoet kon wensen,
oh heerlijke nieuwe wereld.